Ook medisch adviseurs van verzekeraars dienen rechtspraak te respecteren

………Dan voor wat betreft het commentaar van uw medisch adviseur op het verzoek tot inschakeling van een revalidatiearts teneinde de pijnklachten van cliënte in kaart te brengen.

Medisch adviseur Grubben geeft aan dat hij dit beschouwd als een botsing tussen de verschillende disciplines waarbij een jurist voor de zoveelste keer op de stoel van een arts zou gaan zitten, zonder kennis van zaken. Wat dat betreft zou, aldus medisch adviseur Grubben, Nederland helaas een uitzonderingspositie innemen. Er zou, volgens hem, sprake zijn van standpunten die in de rest van de wereld niet worden nagevolgd, sterker nog als absurd worden gezien.

Enige wetenschappelijke onderbouwing van deze stelling wordt door medisch adviseur over de Grubben niet geleverd.

De wijze waarop medisch adviseur Grubben zijn standpunt weergeeft getuigt bovendien niet van veel respect voor de Nederlandse rechtspraak. Ook medisch adviseur Grubben heeft zich immers aan de wetgeving in Nederland te houden en dientengevolge ook aan de daaruit voortkomende jurisprudentie.

Vervolgens geeft medisch adviseur Grubben aan dat een revalidatiearts is opgeleid om personen te begeleiden in het herstelproces en niet om diagnoses te stellen c.q. klinische conclusies te trekken.

Ik denk dat de collega medici van medisch adviseur Grubben welke werkzaam zijn als revalidatiearts zich niet kunnen vinden in zijn badinerende omschrijving van hun functie.

Dit komt neer op het omschrijven van een chirurg (zoals medisch adviseur Grubben) als zijnde een arts die alleen maar opereert. Een dergelijke bagatelliserende mededeling zou compleet bezijden de waarheid zijn en het uitgebreide opleiding en ervaringstraject van een specialist volstrekt onvoldoende waarderen.

Bovendien sluit zijn mening over de taak van een revalidatiearts niet aan op de omschrijving van dit specialisme volgens de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen.

Op de website van deze Vereniging wordt aangegeven dat de revalidatiearts in zijn diagnostiek zijn kennis en vaardigheden van aandoeningen gebruikt die het bewegingsvermogen en de cognitie beïnvloeden. De website vervolgt dan dat de revalidatiearts hierbij zijn specifieke expertise van biomechanica de mechanismen van bewegingsaansturing inzet.

Dat een revalidatiearts, zoals medisch adviseur Grubben van mening is, geen gereedschappen zou hebben om de ernst van de beperkingen te beoordelen is derhalve ook pertinent onjuist.

Bovendien maakt volgens dezelfde omschrijving van de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen de revalidatiearts gebruik van het International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF) model.

Dit (internationale) wetenschappelijke model van de World Health Organisation (WHO) is bij uitstek geschikt voor het objectief medisch vaststellen van beperkingen.

Hieruit volgt al dat blijkbaar ook buiten Nederland, in tegenstelling tot hetgeen medisch adviseur Grubben van mening is, deze denkwijze ook gevolgd wordt. Ik verwijs in dat kader naar het bijgaande artikel uit Letsel & Schade; jaargang 2020 nummer 1.

De rechtelijke macht geeft, zoals blijkt uit voormeld artikel, aan dat er breder naar de situatie van het slachtoffer moet worden gekeken en oordeelt dat ten aanzien van chronische pijnklachten in relatie tot het algemeen dagelijks functioneren (activiteiten en participatie) dat het wenselijk is dat er ook een medische expertise plaats heeft door een revalidatiearts (of anesthesioloog) na een neurologische- en een neuropsychologische expertise.

Nogmaals, keurend neurologen en orthopeden kennen geen waarde toe aan pijnklachten als er geen structureel (objectief) letsel zichtbaar is nu hun Protocollen dit voorschrijven. Het gebruik van subjectieve klachtenscores (Quickdash, PDQ, etc) wordt afgeraden voor deze beroepsgroep omdat de Nederlandse Orthopedische Vereniging (NOV) en de Nederlandse Vereniging voor Neurologie (NVvN) van mening zijn dat de beoordeling medische klachten moet berusten op objectieve gegevens en niet op subjectieve klachten.

Hier ontstaat dus een gapend gat in onderzoek en waardering van de pijnklachten van een slachtoffer. Vanuit het medisch revalidatiegeneeskundig perspectief wordt onderzocht of er sprake is van een consistent chronisch pijnsyndroom. Deze wordt volgens de Werkgroep Pijnrevalidatie Nederland (WPN) ingevolge de wetenschappelijke Beroepsorganisatie van Revalidatieartsen (VRA) geclassificeerd in 4 categorieën (1 t/m 4). Het onderzoeksterrein dat keurend neurologen en orthopeden als het gaat om waarderen van chronische pijnklachten bewust laten vallen wordt dus met dank aan de rechter door medici van een andere discipline genuanceerd weer ingevuld.

Voorts verwijs ik u naar de recente beschikking van de Rechtbank Rotterdam van 5 oktober 2021 (zaaknummer / rekestnummer: C/I 0/616736 / HA RK 21-395).

De Rechtbank Rotterdam geeft in voornoemde beschikking aan dat een revalidatiearts een onderbouwde medische beoordeling kan geven van klachten zoals die worden gepresenteerd en van de invloed van die klachten op het algemeen functioneren, met daarbij ook aandacht voor eventuele discrepanties.

Op die manier, aldus de Rechtbank, kan een deskundigenonderzoek door een revalidatiearts bijdragen aan het objectiveren en in kaart brengen van de klachten en beperkingen en daarmee aan het totstandkoming van een schaderegeling. 

Dat het aanvragen van een expertise door een revalidatiearts een botsing zou zijn van een disciplines is ook bovendien volstrekt onjuist.

Ik verwijs u daarvoor naar de beschikking van de Rechtbank Oost Brabant van 2 december 2020 (ECLI: NL: RBOBR:2020:6063).

Het (door de Rechtbank gehonoreerde) verzoekschrift om een revalidatiearts aan te schrijven in het kader van een voorlopig deskundigenbericht wordt aldaar gemotiveerd op basis van een publicatie in het European Journal of Pain uit 2016 van een aantal Nederlandse revalidatieartsen alsmede e-mailverkeer met de voorzitter van de Werkgroep Pijnrevalidatie Nederland van de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA) en met de sectie Pijn en Palliatieve Geneeskunde van de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie NVA).

Het verzoek tot een aanvragen van een dergelijk deskundigenbericht komt derhalve wel degelijk ook uit de medische sector en niet alleen uit de juridische sector.

Dat een onderzoek door een revalidatiearts, in tegenstelling tot hetgeen medisch adviseur Grubben van mening is, ook wetenschappelijk onderbouwd is blijkt wel uit de weergave in het Arrest van het Hof Arnhem Leeuwarden van 26 januari 2021 (ECLI:NL:GHARL:2021: 732). In antwoord op aanvullende vragen stelt de betreffend revalidatiearts aldaar “hoe deze sensitisatie door medische psychologie en maatschappelijke factoren kan ontstaan en blijven bestaan, is onderwerp van vele wetenschappelijke onderzoeken”; rechtsoverweging 3b). Waarvan akte!

Het is bovendien bijzonder dat medisch adviseur Grubben aangeeft dat het niet aan hem is om met een jurist in discussie te treden en dat hij dan mijn standpunt voor kennisgeving aan zou nemen. Gezien de inhoud van zijn schrijven van 18 januari 2022 gaat hij de discussie echter wel degelijk aan.

Zie hiervoor Hof ’s-Hertogenbosch, 11 september 2012, (ECLI:NL:GHSHE:2012:BX8695):

“Een medisch adviseur is een hulppersoon die zich dient te beperken tot het samenvatten van medische rapporten + beantwoorden van de gestelde vragen door de dossierbehandelaar en daarbij zijn (subjectieve) visie achterwege te laten. De dossierbehandelaar dient de discussie over de causaliteit dient te voeren in plaats van het doorzenden van de adviezen van zijn medisch adviseur en daarmede dus een postbusfunctie vervult”.

U als jurist en dossierbehandelaar kunt echter zeker niet voorbijgaan aan de vigerende jurisprudentie en u dient uw medisch adviseur er derhalve op te wijzen dat conform de vigerende jurisprudentie wel degelijk meegewerkt moet worden aan een expertise door een revalidatiearts. Dit in het kader van een multidisciplinair deskundigenonderzoek.

Wilt u medisch adviseur Grubben daarop wijzen zodat we inhoudelijk verder kunnen met de behandeling van deze schadezaak?

Gaarne verneem ik dan ook van u per omgaande dat ingestemd kan worden met een expertise door een revalidatiearts welke in het kader van een multidisciplinair deskundigenonderzoek plaats kan vinden direct nadat de neurologische expertise is uitgevoerd en de rapportage daarvan voorhanden is.

Tot slot nog de mededeling van medisch adviseur Grubben over een mogelijke poging tot een fishing expedition in combinatie met de locatie van ons kantooradres.

Ten eerste is het wel bijzonder dat uw medisch adviseur van mening is het verzoek tot inschakeling van een revalidatiearts door ClaimZorg Letselschade gezien moet worden als een poging tot een fishing expedition.

Een dergelijke handelswijze is immers voornamelijk voorbehouden aan medisch adviseurs van Verzekeraars welke om de meest uiteenlopende redenen (soms terecht maar vaak onterecht) gehele medische dossiers wensen te ontvangen van letselschade slachtoffers zonder inhoudelijke motivatie maar puur op de automatische piloot.

Het ware naar mijn inzichten ook beter geweest dat medisch adviseur Grubben deze mededeling over de locatie van ons kantooradres in combinatie met de term fishing expedition niet in zijn advisering had opgenomen.

Ten tweede roept de mededeling van medisch adviseur Grubben volstrekt onnodig de nodige wrevel op en komt de sfeer in deze zaak, welke vanwege de telkenmale optredende vertraging in de advisering van medisch adviseur Grubben al niet optimaal is, niet ten goede.

Bovendien vind ik het niet bepaald van respect getuigen jegens ClaimZorg Letselschade.

Ten derde wijs ik u op de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg van 10 maart 2015 (ECLI:NL:TGZRAMS:2015:35). In rechtsoverweging 5.2  en 5.3 stelt het Tuchtcollege:

5.2       De klachtonderdelen zullen worden getoetst met inachtneming van het volgende. Een medisch advies, zoals hier aan de orde, is primair gericht aan (het schaderegelingsbureau) van de wederpartij, maar heeft ook een externe functie. Het advies kan immers worden gebruikt voor de afwikkeling van een schadeclaim en het kan ter kennis van gelaedeerde worden gebracht, zoals ook hier is gebeurd. Mede met het oog daarop brengt een redelijk bekwame beroepsuitoefening van een medisch adviseur mee dat hij zich onafhankelijk opstelt, zijn advies op zorgvuldige en inzichtelijke wijze tot stand doet komen en dit doet steunen op deugdelijke, objectieve gronden. Een medisch adviseur heeft, gezien zijn rol als adviseur van de wederpartij, de bevoegdheid een ander standpunt in te nemen en zich kritisch uit te laten. De medisch adviseur dient zich echter in zakelijke bewoordingen uit te drukken, niet vooringenomen te zijn en voldoende respect te tonen voor de standpunten van de wederpartij en de rapporteurs die zich hebben uitgesproken over diens medische of psychische toestand. Van belang is hierbij eveneens, dat bij het op schrift stellen van stukken waarvan voorzienbaar is dat deze ook extern een betekenis kunnen hebben, gewaakt wordt voor een vermenging van feiten, beweringen, persoonlijke opvattingen en (retorische) vragen.

Meer in het algemeen dient verweerder zorgvuldigheid te betrachten, en dient hij te handelen overeenkomstig de in de medische professie algemeen aanvaarde gedragsregels, zoals de GAV beroepscode (1994) en de Gedragsregels voor artsen (KNMG 2013).

5.3       Het college is van oordeel dat het medisch advies van verweerder van 21 maart 2014 op onderdelen geen zakelijke weergave bevat. De term “fopwetenschappers” acht het college onnodig beledigend en ongefundeerd. Verweerder heeft ter zitting ook erkend dat deze term ongelukkig is gekozen.

Het lijkt mij dat uw medisch adviseur zich gezien de wijze waarop zijn advies geformuleerd is ook niet aan voormelde beroepscode gedragsregels heeft gehouden.

De naar mijn inzichten misplaatste poging tot een humoristische kwinkslag (de opmerking over de locatie van het kantoor van ClaimZorg Letselschade aan de Scheveningse haven) zal bovendien de oudejaarsconference van 2022 in ieder geval niet halen …. maar dat terzijde.

Cliënte voelt zich ook geschoffeerd door de wijze waarop uw medisch adviseur richting ClaimZorg Letselschade denkt te kunnen corresponderen.

Overigens laat uw medisch adviseur ook inhoudelijk een steek vallen.

Medisch adviseur Grubben geeft aan dat in de beschikbare informatie vermeld wordt dat cliënte gestart is met de revalidatie begeleiding bij OCA.

Hij gaat hier niet nader op in maar verzuimt daarbij wel aan te geven dat deze behandeling niet is opgestart omdat u, dan wel uw opdrachtgever, de kosten van dit mogelijk schadebeperkende traject niet wenste te dragen ondanks de medische indicatie voor een dergelijk multidisciplinair begeleidingstraject.

Indien hier extra schade uit is voortgekomen zal dit ook voor rekening van uw Opdrachtgever komen!

Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben en zie uw berichten met belangstelling tegemoet.

Met vriendelijke groet,

mr. F. Hertog

ClaimZorg

« « Vorige bericht:  Medische en juridische causaliteit bij whiplash |