Het brokkenparcours van Nationale Nederlanden

Nationale-Nederlanden (Afdeling Letselschade)

                                                                                                                                            

Den Haag,       3 augustus 2020                               

Ons kenmerk: JBRB 20140324/1646PS

Uw kenmerk:  6673067

Geachte mevrouw (..),

Ik stuurde u op 14 mei 2020 + 27 mei 2020 een brief toe met constructieve voorstellen, het zeer uitvoerig geschrift aan mijn medisch adviseur en een verklaring van werkgever V. 

In antwoord daarop komt u eerst op 6 juli 2020 (5 weken later!) met een e-mail aanzetten dat ik van de zaak moet en dat u wacht op een andere belangenbehartiger/raadsman.

Leest u bijgaande e-mail van cliënte van 13 juli 2020 waarin zij aangeeft dat ik haar raadsman ben en blijf, u het niet voor het zeggen hebt wie haar raadsman is, dat zij niet om Delta Lloyd en thans Nationale-Nederlanden als aansprakelijk regelende verzekeraar heeft gevraagd en haar afkeer uitspreekt voor de belabberde en ondermaatse schaderegeling die tot voor kort door Delta Lloyd ten uitvoer werd gebracht.

U kunt dus zoals aangekondigd binnenkort een brief over uw bericht van 6 juli 2020 versturen aan cliënte maar zij zal daarop niet reageren nu haar e-mail van 13 juli 2020 voor zich spreekt

Nu u stelt dat Nationale-Nederlanden een procedure wenst bij de rechtbank en u daarover zoals het hoort overleg voerde met de Afdeling Nationale-Nederlanden Advocaten, lijkt het mij voor de hand liggend dat u daar het dossier naar toe stuurt en zij met mij contact zoeken. Mogelijk zijn zij wél in staat in te gaan op de door mij aangevoerde rechtspraak ter onderbouwing van de reeds in een ver verleden ingediende actuarieel berekende schadeclaim.

Nogmaals, tekenend voor Delta Lloyd/Nationale-Nederlanden is het bezoek van januari 2017 van uw schaderegelaar de heer (..) aan mijn kantoor die aangaf geen tijd te hebben gehad om de rechtspraak te bestuderen en mijn uitgangspunten in de actuariële berekening na te lopen hoewel de bezoekafspraak aan mijn kantoor maanden daarvoor reeds was gemaakt vanwege diens overvolle agenda!

Op de door mij ingediende actuariële claim + jurisprudentie en de onderbouwing van boven de € 300.000,= meldde de uw schaderegelaar uit de losse pols dat Delta Lloyd bereid was      € 35.000,= te betalen.

Gevraagd naar de juridische onderbouwing antwoordde deze: Die heb ik niet ofwel een brevet van onvermogen, niet zozeer aan de kant van deze schaderegelaar maar zijdens de dossierbehandelaar die hem niet klakkeloos op pad had moeten sturen maar hem had dienen te voorzien van een doorspekt (verweer)schrift met onderbouwing.

Het voorgaande bevestigt de opvatting van belangenbehartigers in mijn netwerk dat het decennia geleden is dat Delta Lloyd standpunten innam die werden gedragen door de rechtspraak. Wat we al vele jaren zien is aldaar een ernstige verschraling van acteren nu Delta Lloyd/Nationale-Nederlanden in letselschadezaken “beleid” uitdraagt in plaats van “kwaliteit” en in een brief van amper 3 zinnen niet veel verder komt dan zich te verschuilen achter de “visie” van haar medisch adviseur, een functionaris in loondienst die door niemand wordt weersproken of bijgestuurd (hier speelt zonder meer het Juvenalis dilemma: wie bewaakt de bewaker).

Zie echter de rechtspraak die ik talloze malen naar Delta Lloyd /Nationale-Nederlanden verstuurde in meer dan 1 dossier maar kennelijk komt dat daar niet aan:

Hof ‘s-Hertogenbosch 11 september 2012:

“Een medisch adviseur is een hulppersoon die zich dient te beperken tot het samenvatten van medische rapporten + beantwoorden van de gestelde vragen door de dossierbehandelaar en dient daarbij zijn (subjectieve) visie achterwege te laten. De dossierbehandelaar dient de discussie over de causaliteit dient te voeren in plaats van het doorzenden van de adviezen van zijn medisch adviseur en daarmede dus een postbusfunctie vervult”.

Mevrouw (..), voormalig dossierbehandelaar gaat uitvoerig in op de aandoening Ehlers Danlos en meldt dat cliënte toch wel arbeidsongeschikt (..) zou geraken, zij passeert ad libitum de verklaring van de werkgever dat cliënte voorafgaand aan het onderhavig ongeval jarenlang geen arbeidsongeschiktheid kende, verzuimt haar onbezonnen lekenstelling te onderbouwen, en negeert de stel- en bewijslast gegeven de rechtspraak en doet dunnetjes het beschamende optreden van de schaderegelaar over en meent nu dat een schadevergoeding van € 15.000,= aan de orde is. Zonder aanleiding gaan we dus in enkele maanden van € 35.000 naar € 15.000,=. Overigens herken ik dit optreden van deze mevrouw toen zij voor de beruchte verzekeraar Noord-Hollandse van 1816 werkzaam was.

Mijn inmiddels fors oplopende behandelingskosten mag ik kennelijk begraven in het zand hier aan het Scheveningse strand. 

Ik had gehoopt dat na de fusie tussen Delta Lloyd en Nationale-Nederlanden er meer kwaliteit op dit dossier zou komen. Helaas, u zet als medewerker van het voormalige Delta Lloyd de traditie van het “Delta Lloyd brokkenparcours” voort.

In plaats van zich te verontschuldigen en bij te stellen, ergo, in te gaan op mijn constructieve voorstellen tracht u de aandacht te verleggen naar mijn persoonlijk acteren en wenst u mij van de zaak af te halen (ik geloof niet dat er een arbeidsverhouding tussen mij en Nationale-Nederlanden is met bepalingen wie over wie autoriteit heeft).

Ik behartig uitsluitend de belangen van een cliënt en ben in geen enkel opzicht geïnteresseerd wat u daarvan vindt. Verzekeraars zijn uitsluitend gericht op aandeelhouderswaarde = maximale winstrealisatie en tonen in geen enkel opzicht enige empathie voor slachtoffers van letselschade. Laat het u en al uw collega’s duidelijk zijn dat ik dus geen blad voor de mond neem als er ondermaats door een Verzekeraar wordt gepresteerd, beleid boven kwaliteit staat en dossierbehandelaars/medisch adviseurs abjecte opmerkingen maken jegens een client!

U behoort te weten dat voorafgaand aan een civiele procedure er in een letselschadezaak met blijvende gevolgen, waar mogelijk (quod non) een causaliteitsvraagstuk speelt, er altijd een onafhankelijke medische expertise dient plaats te hebben. U krijgt anders onverwijld de fronsende wenkbrauwen van de rechter te zien. Dit is u kennelijk in uw beeldvorming over mij ontgaan dat ik daarop aanstuurde, wellicht dat u nog eens mijn brief van 14 mei 2020 en 27 mei 2020 leest en uw interne Advocaten afdeling nog eens consulteert.

Ik verstuurde hedenochtend het complete medisch dossier digitaal via We Transfer toe aan uw Medische Dienst vide bijgaande brief + recent rapport van mijn medisch adviseur + concept expertise brief + literatuuroverzicht.

Uw medisch adviseur vraag ik voorts indringend afstand te nemen van de brief van 17 december 2017 van mevrouw (..), anders is hij in hoedanigheid van beheerder van het medisch dossier en daaraan gekoppeld zijn beroepsgeheim ook verantwoordelijk voor de medisch getinte uitspraken en teksten van dossierbehandelaars bij Delta Lloyd/Nationale-Nederlanden en aarzel ik niet ook uw medisch adviseur weer te dagen voor het Medisch Tuchtcollege.

Mijn medisch adviseur stelt een onafhankelijke medische expertise voor bij de neuroloog dr. Oosterhof te Amsterdam. In een andere whiplash zaak tegen Delta Lloyd verklaarde uw medisch adviseur zich met deze specialist akkoord. Discussie over welke specialist de keuring mag verrichten kan dan ook achterwege blijven. Zonder tegenbericht binnen 3 weken na dagtekening vertrouw ik Nationale-Nederlanden akkoord met het ingang zetten van de door mijn medisch adviseur voorgestelde onafhankelijke medische expertise.

Delta Lloyd en naar het zich laat aanzien ook Nationale-Nederlanden hebben sinds heugenis de insteek elk medisch dossier klakkeloos voor te leggen Anno 2020 ergo, al jaren daarvoor is dat een achterhaalde kwestie. U dient als professional werkzaam op de sectie “zwaar letsel” te allen tijde uw medisch adviseur vragen te stellen zodat u na beantwoording daarvan het traject van het juridisch causaal verband (ongeval – toerekening naar redelijkheid – beperkingen – schade) zorgvuldig kunt doorlopen.

Na de onafhankelijke medische expertise stel ik in elk geval de volgende 17 (..) vragen aan mijn medisch adviseur:

Als u een dergelijke handelwijze nalaat voert u wederom een ongelijke strijd met mij.

De beantwoording van deze vragen door de medisch adviseur worden ingebed in het juridisch traject en daarbij komt de rechtspraak van de vijf Gerechtshoven + de Hoge Raad inzake subjectief letsel ons te hulp. Een klassieke aria van “medisch naar juridisch causaal verband”.

De patiëntenkaart

De huisarts stuurde mij een ongecensureerde patiëntenkaart die qua berichtgeving onacceptabel ingrijpt in de privacy van elke vrouw als die informatie zonder meer wordt doorgestuurd naar de medisch adviseur van de Verzekeraar. Ik heb dat teruggekoppeld naar cliënte die zeer ontstemd reageerde en mij geen toestemming gaf dit op te sturen.

De patiëntenkaart is dus teruggestuurd en ik veronderstel dat ik u in hoedanigheid van vrouw niet hoef uit te leggen waarom. De huisarts heeft excuses aangeboden (dat krijgt men als de doktersassistent voor de huisarts verzoeken gaat beantwoorden). Daarna volgde er een gecensureerde patiëntenkaart die antwoord gaf op gerichte vragen!

Ik mag van Nationale-Nederlanden verwachten dat men de rechtspraak en de richtlijnen van de beroepsvereniging LHV + KNMG kent als het gaat om het aanleveren van de relevante (!) patiëntenkaart in relatie tot de AVG. Kennelijk is die kennis bij u niet aanwezig.

In de eerste plaats is een huisarts de vertrouwensarts van elke patiënt en het is hem/haar gegeven de geldende richtlijnen niet toegestaan dat deze het hele medisch hebben en houwen ter tafel gooit bij een medisch adviseur van een Verzekeraar. Dat behoort u te weten.

In de tweede plaats behoort u te weten dat er een afgebakende periode geldt van 2 jaar voor de informatieverstrekking voordat het betreffende ongeval plaats had.

Zie de rechtspraak:

– Hof ’s-Hertogenbosch 12 augustus 2014

Ten derde behoort u te weten dat er vide de richtlijnen van de Beroepsvereniging LHV + KNMG gerichte vragen aan de huisarts voor aanlevering van de patiëntenkaart gesteld dienen te worden in relatie tot het ongevalletsel.

Ten vierde behoort u te weten dat heeft te gelden dat het de onafhankelijk deskundige is die zelf bepaalt welke medische informatie (aanvullend) hij wenst/nog zal opvragen en bij zijn onderzoek zal aangeven wat hij wel/niet relevant vindt.

Het er dus opstaan (!) zoals u doet dat de volle patiëntenkaart moet worden aangeleverd dient dus genuanceerder, ofwel met de nodige waarborgen, te worden benaderd, waarvan acte!

Ik verwijs u wederom naar de rechtspraak:

Hoge Raad 22-02-2008

3.6.2. Dit brengt mee dat het de deskundige is, die heeft te bepalen welke door partijen te verschaffen gegevens voor de uitvoering van het hem opgedragen onderzoek noodzakelijk zijn.

 

3.6.3. Aantekening verdient verder nog dat de deskundige in zijn bericht zal hebben aan te geven welke medische gegevens hij heeft ontvangen, waaronder ook die welke hij weliswaar heeft ontvangen maar niet aan zijn deskundig oordeel ten grondslag heeft gelegd.

3.7 Het voorgaande brengt mee dat ook de overige nevenverzoeken van Fortis, die betrekking hebben op het verschaffen van medische gegevens door [verweerder] aan de deskundige en aan Fortis en haar medisch adviseur, terecht zijn afgewezen, zodat, wat er zij van de door de middelonderdelen aangevallen oordelen, geen van die onderdelen kan slagen.

Hof Leeuwarden 09 december 2012 (ECLI:NL:GHLEE:2012:BX9658)

Van de deskundigen wordt verwacht zich een juist beeld te vormen van de gevolgen van het appellant op 7 juli 1994 overkomen ongeval. Daartoe dienen zij inzage te krijgen in het medisch dossier van appellant, waaronder de patiëntenkaart. Omdat een patiëntenkaart in het algemeen ook gegevens zal bevatten die voor de beoordeling van de geneeskundig adviseur van de verzekeraar niet van belang zijn, acht het hof het strijdig met de rechten van appellant dat zijn patiëntenkaart ook aan de geneeskundig adviseur van Univé ter beschikking wordt gesteld. Aan de bezwaren van geïntimeerde in dit opzicht wordt in voldoende mate tegemoetgekomen doordat zij het recht heeft de deskundige in het kader van het onderzoek gerichte vragen te stellen. “

Concluderend

Aan uw opvatting dat ik van de zaak af moet wordt geen gehoor gegeven gelet op de uitdrukkelijke boodschap van cliënte. U bent niet in de positie te bepalen wie de raadsman van het slachtoffer is. Door mij ingewonnen extern advies hierover aangaande uw standpunt werd nogal hilarisch en sceptisch gereageerd. Ik kreeg overigens ongevraagd het compliment een uitstekend vakman te zijn die geen bijstand van derden behoeft en naamsbekendheid geniet door onwillige en ondeskundige verzekeraars hard aan te pakken. Waarvan acte.

Nu u een procedure wenst in te stellen en u geen blijk geeft in deze zaak inhoudelijk tegenwicht/verweer te leveren is het een logische stap dat u dit dossier naar uw interne Advocaten Afdeling ter verdere behandeling doorstuurt die wél zullen inzien dat er eerst een onafhankelijke medische expertise dient plaats te hebben en dat daarvoor concrete voorstellen dezerzijds zijn gedaan met mijn medisch adviseur op de achtergrond.

Na beoordeling van het medisch expertise traject kunnen partijen zich beraden op hun positie in en buiten rechte waarbij men niet om de vigerende rechtspraak heen kan.

Mediation

Gezien ook in dit dossier van het voormalige Delta Lloyd (!) is er een flinke frustratie en boosheid bij mij en cliënte aanwezig. Ik loop permanent tegen onkunde en bewuste onwil aan, de behandelingskosten lopen op en wanneer ik daar mijn verontwaardiging over uitspreek zijn de dames en heren van Delta Lloyd/Nationale-Nederlanden kennelijk gepikeerd. Realiseert u zich wellicht wat u gedurende de gehele looptijd van dit dossier bij cliënte te weeg brengt? Leest u nog eens de vijandige Kerstbrief van 17 december 2017 van mevrouw (..) die kennelijk van de zaak is afgehaald. Secundaire victimisatie ligt op de horizon.

In mijn brief van 14 mei 2020 en 27 mei 2020 noemde ik al Mediation als voorloper van een procedure bij de rechtbank. U leest daar kennelijk overheen.

Uw afdeling Nationale-Nederlanden Advocaten zullen moeten inzien dat deze zaak zich allereerst leent voor Mediation na de medische expertise, ergo, Nationale-Nederlanden is zelfs verplicht dit pad te volgen. De rechtbank zal u immers terugverwijzen naar de Mediation tafel. Ik verwijs u hiervoor naar bijgaande literatuur. Overigens ook bij Mediation blijf ik gewoon in het dossier of u dat nu leuk vindt of niet. Ik heb ook geen inspraak gehad wie ik graag bij Delta Lloyd op dit dossier had.

U gaat niet in op mijn verzoek om samen met een vakbekwame persoon van de Buitendienst Nationale-Nederlanden te zoeken naar een mogelijkheid tot afwikkeling middels een voor beide acceptabele regeling in der minne. Ik deed daartoe op 14 mei + 27 mei 2020 al een voorstel om de heer (..) – die ik niet beschouw als de reddende Messias maar wél iemand die met mij in staat is “een zaak te wegen” en tot een compromis te komen – te benoemen maar helaas verscheen er op 06 juli 2020 van uw kant een e-mail die ik beschouw als zijnde niet bijdragend aan de afwikkeling van deze zaak, ergo een oorlogsverklaring.

Website ClaimZorg

Deze brief aan Nationale-Nederlanden gaat in verkorte vorm op mijn weblog en het letselschadeforum. Jaarlijks bezoeken 75.000 personen/instanties vanuit de journalistiek en financiële wereld onze website en laten interessante reacties achter die ik weleens in procedures als verrassende producties opvoer.

Tot slot

Ik zie het contact met uw Interne Advocaten Afdeling met belangstelling tegemoet en men wél met mij daartoe uitgerust de degens kruist en men niet met de staart tussen de benen naar de rechtbank holt en daar aanbelt om bijstand.

Dit uitgebreid schrijven dient alvast als voorbereidend werk voor de gewenste Mediator zodra die in beeld komt.

Nil volentibus arduum!

Met vriendelijke groet,

Johannes de Bruin

ClaimZorg Letselschade

« « Vorige bericht:  Medische aansprakelijkheid | Volgende bericht:  Nationale-Nederlanden: graag reageren binnen een redelijke termijn » »