
Geachte heer Van West,
Op tijd inhoudelijke brieven versturen maar ook op tijd inhoudelijke reacties daarop ontvangen, maakt onderdeel uit van de kwaliteit van dienstverlening van Letselschade Haaglanden. Eén van onze kwaliteitsdoelstellingen is dat binnen drie weken een inhoudelijk antwoord wordt verkregen op een brief van verzekeraar, op verzoeken om een voorschot en dat vergoeding van een declaratie volgt.
Aan een verzekeraar wordt dus een redelijke termijn van drie weken gegund. Neem ik daarbij in ogenschouw dat de belangenbehartiger van cliënt ook binnen drie weken daarop weer zal moeten reageren, dan leert eenvoudige algebra mij dat een cliënt mogelijk maximaal 6 weken moet wachten voordat hij/zij er kennis van neemt dat er voortgang in het dossier wordt geboekt en dat er financieel wordt bevoorschot.
Helaas is de praktijk anders en duurt het soms vele weken voordat een verzekeraar inhoudelijk reageert waarbij somtijds wordt vastgesteld dat de reactie in alle opzichten teleurstellend is. Zulks wordt duidelijk wanneer het WA-expertisebureau 4 weken de tijd neemt en daarna overleg zoekt met haar opdrachtgevende WA-verzekeraar, die op haar beurt er nog weken over doet om inhoudelijk te reageren en dan weer moet terugkoppelen naar het WA-expertisebureau.
Hypothecaire verplichtingen, studiekosten kinderen, kosten levensonderhoud, etc. hebben een volstrekt autonoom karakter en de schuldeisers hebben geen boodschap aan een uitstellende verzekeraar die voorschotten (de praktijk leert vaak dat het om achteraf betalingen gaat) op tijd behoort te verstrekken.
Ik ben eigenlijk de mening toegedaan dat een reactietermijn over en weer van twee weken, dus totaal 4 weken, ipso facto mogelijk moet zijn (salarisbetalingen worden ook per maand gedaan), maar kennelijk hebben niet alle verzekeraars en Letselschadebureaus deze kwalitatieve doelstelling hoog in het vaandel staan. Het zou overigens de looptijd van elke letselschadezaak aanzienlijk bekorten, dat op zijn beurt weer positief effect zal hebben op de uitstaande schade-reserve.
Wat mij betreft verplichten verzekeraars (en belangenbehartigers) zich dan ook om binnen 3 weken schriftelijk inhoudelijk te reageren door een dergelijke passage op te nemen in bijvoorbeeld Bedrijfsregeling 15 van het Verbond van Verzekeraars dan wel in een aanvulling op de Gedragscode Behandeling Letselschade (Beginsel 11a).
Tot zover mijn algemeen betoog.
Sinds mijn brief aan u van 5 juni 2008 zijn wij thans 4 weken verder en ik moet vaststellen dat u niet reageert, er geen voorschot aan cliënte wordt betaald alsmede dat mijn ingediende declaratie nog steeds open staat.
Ik wens hier aan toe te voegen dat uw opdrachtgever Stad Rotterdam al jarenlang aanzienlijk tekortschiet in de bevoorschotting jegens cliënte.
Niet voor niets heb ik bij brief van 1 mei 2008 bij de Unit Manager Personenschade, te weten de heer Mr. D H, de noodklok geluid en gedreigd met een kort geding, niet alleen ten aanzien van de kwestie welk recht van toepassing is (die discussie heb ik inmiddels gewonnen) maar ook dat er vanaf datum ongeval tot heden zeer grote financiële schade door cliënte wordt geleden en er onvoldoende wordt bevoorschot.
Ik stel u en uw opdrachtgever in de gelegenheid binnen drie werkdagen na dagtekening van deze brief mij te berichten dat het gevraagde voorschot betaalbaar wordt gesteld, mijn ingediende declaratie wordt vergoed en dat u met mij een afspraak maakt voor een verder behandelingstraject. Voldoet u niet aan dit verzoek dan gaat de zaak wegens niet acceptabele inertie naar de kort geding rechter.
Ik verwacht dat u maar zeker uw opdrachtgever haar verantwoordelijkheid neemt en gezien haar opstelling tot voor kort, verwacht ik een menselijke en adequate behandeling.
Ik wens u nog een prettige dag toe.
Met vriendelijke groet,
Johannes de Bruin
Directeur Letselschade Haaglanden
Medirisk
Postbus 8409
3503 RK Utrecht
T.a.v. mevrouw mr.
Den Haag, 17 februari 2009
Ons kenmerk: JB RB 991126/750PS
Uw kenmerk: BHU-2004900417
Geachte mevrouw,
U treft bijgaand de door cliënt ondertekende vaststellingsovereenkomst ondertekend aan. Wilt u de slotuitkering van € 50.000,00 rechtstreeks aan cliënte laten overmaken?
Ik dien nog te reageren op uw brief van 26 januari 2009.
Allereerst merk ik op dat ik niet de vruchten zie van het gesprek dat ik op 19 november 2008 met VVAA/Medirisk voerde. Met uw brief van 26 januari 2009 trekt u immers wederom alle registers open. Dat u consequent over het hoofd ziet dat een dergelijke discussie wederom kosten verhogend is zal denk ik niet uw probleem zijn, u vergoedt het toch niet.
In mijn bezit is een brief van een gerenommeerde LSA Advocaat afkomstig van uw kantoor waarin u aangeeft dat een LSA advocaat kwalitatief dezelfde werkzaamheden verricht als een letselschade expert en dat om deze redenen niet moet worden uitgegaan van een verhoogd tarief (in die brief is het door u genoemde uurtarief van een letselschade-expert hoger dan ons uurtarief).
Ik heb niet de behoefte om ons uurtarief te gaan verdedigen. Alle verzekeringsmaatschappijen in Nederland vinden mijn uurtarief zeer redelijk behoudens kennelijk VVAA/Medirisk. Voorts zijn er zijdens verzekeringsmaatschappijen de nodige complimenten over ons kantoor terzake de wijze waarop wij ons inzetten voor slachtoffers van letselschade.
Misschien dat u mij een persoon kunt aanleveren die kosteloos mijn verrichtingen in dit dossier bijhoudt en middels een verrichtingenlijst en het opmaken van een declaratie dit aan u kenbaar maakt. Overigens zal dat natuurlijk in overleg met mij als dossierbehandelaar gaan en waarvoor declarabele tijd wordt genoteerd.
Wanneer brieven niet tijdig worden beantwoord of betalingen niet volgen wordt bij mij het betreffende dossier op mijn bureau gedeponeerd voor een zogeheten rappelactie. Daarvoor noteer ik uiteraard een administratieve handeling. Ik zie niet in waarom ik hiervoor een ander tarief zou moeten hanteren. De accountant, opererend chirurg of tandarts doet ook wel eens een eenvoudige handeling.
U vergeet dat ik nog steeds een klacht tegen Medirisk in overweging heb omdat het medisch dossier waarin zeer persoonlijke foto's van anale ontsieringen van cliënte zoek is geraakt. Dat reken ik u toe nu u een enorm medisch dossier met die foto's niet aangetekend aan de keurend specialist liet versturen. De wijze waarop u derhalve met zeer ingrijpende medische informatie omgaat is mijns inziens klachtwaardig.
Uit een door mij gehouden enquête over uw extern schaderegelaar de heer Van Dijk blijkt dat een aantal belangenbehartigers voornemens is deze persoon niet meer toe te laten in de schaderegeling vanwege het volledig ontbreken van enige empathie met het slachtoffer en het plaatsen van opmerkingen die volstrekt niet door de beugel kunnen.
Tegenover een correspondent van zijn opdrachtgever die een keer een dag mee mocht met de heer Van Dijk in het kader van het slachtofferbezoek heeft hij de opmerking gedaan: “zo die hebben we weer een oor aangenaaid”. De bewuste opdrachtgever heeft afscheid genomen van het gelijknamig Bureau.
Voorts heb ik ons archief er op na gepluisd en kan zo nodig aantonen dat de heer Van Dijk vaak in woord en geschrift ver over de schreef gaat.
Wanneer u derhalve de heer Van Dijk presenteert als schaderegelaar in deze zaak staat het mij vrij daartegen te protesteren en de opmerking dat u voor deze handelingen geen kosten van rechtsbijstand wenst te vergoeden zegt iets over de mate waarin VVAA/Medirisk tegenover de heer Van Dijk staat. Geen protest mijnerzijds betekent dan: het toelaten van de heer Van Dijk en ik wens hem geenszins in de buurt van een slachtoffer te hebben.
U mag zich rijk rekenen dat ik u niet steeds een tussentijdse declaratie toezond onder aanzegging van de rente. Gelet op de looptijd van dit dossier was mijn nota rechtsbijstand aanzienlijk hoger geweest. Maar dit terzijde.
Ik zie dat u ingediende nota's van medische verschotten/advies niet tijdig hebt betaald. Wilt u mij hierover de wettelijke rente vergoeden?
Ik heb deze zaak vanaf 2 april 2004 in behandeling. U vindt dat ik onverklaarbaar veel telefoneer met mijn cliënte. Wat suggereert u eigenlijk? Beticht u mij van fraude? Ik ben van deze passage absoluut niet gediend. U meent kennelijk van achter uw bureau niet alleen een zeer passieve houding aan te moeten nemen, geen enkele relevante bijdrage aan de totstandkoming van deze zaak te leveren (er raken zelfs stukken zoek) maar bovendien lukraak opmerkingen te moeten plaatsen die mijn cliënte en mij zeer onaangenaam raken.
Voor u, zo is algemeen bekend, is een slachtoffer van een medische fout, een dossier, een claimant. Op geen enkele wijze onderhoudt u contact met het slachtoffer, zo nodig via de belangenbehartiger. Medirisk/VVAA voert geen actief schaderegelingsbeleid en veel convenanten in de schaderegeling (zoals bijvoorbeeld een PIV-BGK convenant) werpt u terzijde.
U hebt met slechts het papieren dossier voor u geen enkele notie dat slachtoffers van letselschade behoefte hebben aan overleg, advies en wat dies meer zij. Het zal u een zorg zijn.
Kennelijk overziet u niet, gezien de aard en ernst van dit letsel, wat dat bij cliënte ook emotioneel teweeg heeft gebracht, hetwelk versterkt werd toen u nog eens het rapport van de onafhankelijk een specialist ging voorleggen aan de behandelend specialist die nota bene medische fouten had gemaakt en op grond waarvan de onafhankelijk (?) keurend specialist zijn rapportage eenzijdig wijzigde (..).
Hebt u enig idee dat dit bij mijn jeugdige cliënte, die door toedoen van de medici, levenslang incontinent is, geen controle heeft over haar darmen, zich schaamt in gezelschap etc. te weeg brengt. Komt het bii u op dat hierover met de belangenbehartiger contact wordt opgenomen?
Ook uw weigering om de schriftelijke visie van de medisch adviseur te overleggen heeft bij cliënte de nodige vragen en reacties opgeroepen.
Concluderend stel ik dat de opmerkingen over de gevoerde telefoongesprekken die ik vanaf 2 april 2004 met cliënte had van weinig empathie en inzicht getuigen. Ik neem u dat zeer kwalijk!
Ik ben niet voornemens na dit schrijven met u een langdurige discussie over mijn kosten van rechtsbijstand te gaan discussiëren.
Aangezien mij kosten te wachten staan bij een civiele procedure kunt u ter voorkoming daarvan mijn declaratie over laten maken onder aftrek van 10%. Dat behelst niet dat ik ontvankelijk ben voor uw brief van 26 januari 2009. Integendeel.
Mocht u daartoe niet bereid zijn dan kunt u een dagvaarding verwachten. Het gehele dossier zal in kopie aan de rechtbank worden overgelegd inclusief de telefoonnotities en in samenhang met mijn duidelijke verrichtingenlijsten zult u gezien uw brief van 26 januari 2009 met betere argumenten moeten komen.
Hoogachtend,
Johannes de Bruin,
Letselschade Haaglanden
Ministerie van Defensie
Postbus 20703
2500 ES Den Haag
T.a.v. Luitenant-Generaal/Hoofddirecteur Personeel
Den Haag, 6 februari 2009
Ons kenmerk: PX 10
Geachte heer,
Letselschade Haaglanden behartigt de belangen van (oud) militairen en nabestaanden die allen in aanraking zijn geweest met het kankerverwekkende reinigingsmiddel PX 10; daardoor ziek zijn geworden of daaraan zijn overleden.
Het aantal aanmeldingen van nieuwe PX 10 zaken dat bij Letselschade Haaglanden arriveert gaat gestaag door, gevolgd door aansprakelijkstellingen gericht aan het Ministerie van Defensie.
Mijn aandacht werd gevestigd op het PX 10 bulletin - 2 van januari 2009 waarin u aankondigt dat Defensie twee wetenschappelijke Instituten heeft verzocht een uitgebreid onderzoek te doen naar de werking van PX 10 in relatie tot de arbeidsomstandigheden binnen de Marine. Graag verneem ik gaarne van u of te zijner tijd de rapporten van deze Instituten op basis van de Wet Openbaarheid Bestuur ter beschikking worden gesteld, dan wel op welke andere wijze deze rapporten te verkrijgen zijn.
Letselschade Haaglanden beschikt over vele e-mails van militairen die met PX 10 in aanraking zijn geweest. Het geheel geeft een zeker beeld onder welke werkomstandigheden in diverse functies er onbeschermd door militairen met dit kankerverwekkende reinigingsmiddel PX 10 werd gewerkt.
Door een militair die in de jaren 70/80 met PX 10 heeft gewerkt is mij zeer recent een blik PX 10 in handen gesteld voorzien van coderingen. Ik overweeg om dit nader door deskundigen te laten analyseren, zodat nog meer duidelijkheid komt over de mate van concentratie van benzeen, tolueen en xyleen enerzijds en welke soorten kankeraandoeningen dit kan veroorzaken bij personen anderzijds.
Gezien de omstandigheid dat Defensie een tweetal wetenschappelijke Instituten heeft ingeschakeld, vraag ik mij af of mijn voornemen tot nadere analyse van het betreffende blik PX 10 bij het door Defensie extern in gang gezette onderzoek kan worden gevoegd door afgifte van een monster.
Daarbij vraag ik wel de garantie dat Letselschade Haaglanden en haar medisch adviseurs aansluitend aan het onderzoek schriftelijk de uitslag van deze analyse krijgen. Voorts zijn natuurlijk onze medisch adviseurs ook geïnteresseerd in het eindrapport van de twee wetenschappelijke Instituten.
Ik attendeer u voorts op het volgende.
Militairen die zich hetzij via Letselschade Haaglanden hetzij rechtstreeks bij Defensie melden worden nadat een zeker voortraject is ingezet, voorgedragen voor een keuring door een ABP verzekeringsarts.
De berichten die mij naar aanleiding van deze verzekeringsgeneeskundige keuring door het ABP bereiken vind ik verontrustend.
Naar ik heb begrepen wordt er door de verzekeringsartsen van het ABP niet het medisch dossier inclusief labuitslagen, weefselonderzoek, CT-scan, bij de behandelend specialisten opgevraagd. Men volstaat met een oproep en kortdurend onderzoek van de zieke militair die een enorm medisch vastgelegd traject vanuit de behandelend medische sector achter zich heeft staan.
Ook verneem ik dat er geen dan wel onvoldoende specialistische kennis bij de verzekeringsartsen van het ABP aanwezig is, zeker op het gebied van de vele soorten kankeraandoeningen.
Ook hebben de verzekeringsartsen van het ABP geen kennis van de werking van chemische stoffen, zoals benzeen, tolueen en xyleen dat zich onder anderen in het kankerverwekkende reinigingsmiddel PX 10 bevindt.
De sectie Claims van Defensie “mandateert” het ABP tot het nemen van een beslissing of er een “dienstverband” kan worden aangenomen (de causale fase) of er een medisch causaal verband aanwezig is tussen enerzijds het werken met het kankerverwekkende reinigingsmiddel PX 10 en anderzijds de medische aandoeningen van de militair. Vervolgens nemen de verzekeringsartsen van het ABP een “schriftelijk besluit” waartegen, zo veronderstel ik, bezwaar en beroep open staat. Eerst daarna onderzoekt Defensie of er gronden voor aansprakelijkheid zijn (de schuldvraag fase).
De verzekeringsartsen van het ABP beschikken derhalve niet over:
de uitvoerige medische onderzoeksdossiers vanuit de behandelend medische sector
specifieke kennis op het gebied van diverse soorten kankeraandoeningen
specifieke kennis over de chemische stoffen die zich bevinden in PX 10
Op grond van het vorengaande ben ik de mening toegedaan dat met name het medisch traject door het ABP niet langs zorgvuldige en verantwoordelijke weg wordt uitgevoerd en een groot aantal bezwaar- en beroepsprocedures zullen volgen in kwesties waar de levensverwachting/prognose van menig zieke militair op voorhand toch al onzeker of somber is.
In alle zaken is Defensie in hoedanigheid van werkgever aansprakelijk gesteld. Niettegenstaande het besluit van Defensie om het medisch traject te “mandateren” aan het ABP, neemt zulks niet weg dat Defensie wel degelijk voor het optreden van het ABP verantwoordelijk is. Ik deel dan ook geenszins de mening van het Hoofd sectie Claims bij brief van 25 november 2008 (zie bijlage) dat wanneer ik kritiek heb over het optreden van het ABP, ik mij rechtstreeks tot haar moet wenden. Niet het ABP maar Defensie is de aansprakelijke partij!
Gaarne heb ik u overleg met u en wacht uw berichten met belangstelling af.
Met vriendelijke groet,
Johannes de Bruin
Directeur Letselschade Haaglanden
Vandaag is de nieuwe website ' live' gegaan. Onze informatie is nog toegankelijker gemaakt en de navigatie door de website is gebruiksvriendelijker geworden.
Indien u opmerkingen heeft op deze website kunt u dit hieronder kwijt door een reactie toe te voegen.
Met viendelijke groet,
Jan de Bruin, directeur Letselschade Haaglanden
