
Burgermeerster en Wethouders Rijswijk
Postbus 5305
2280 HH Rijswijk
College B&W
Den Haag, 6 juli 2010
Ons kenmerk: JB RB 080206/1159PS
Uw kenmerk : 08.024058
Geachte dames en heren,
Zowel de Gemeente Rijswijk als de voetbalvereniging Haaglandia zullen thans worden gedagvaard voor het ongeval inzake cliënte K.
Rest mij nog op te merken dat uw aansprakelijkheidsverzekeraar Centraal Beheer/Achmea (dossier C60186-Z572290, behandelaar mw. Stiemer-Komijn) niet alleen een opzettelijk (!) gebrek aan vereiste kennis van het aansprakelijkheidsrecht toont, maar voorts niet eens meer het fatsoen heeft om te reageren op een brief van 5 maart 2010 waarbij haar een uitgebreid procesadvies werd toegezonden.
Niettegenstaande de miljoenen die Centraal Beheer/Achmea aan (soms storende) tv reclames uitgeeft, zou men wellicht een deel van dit budget aan scholing en opleiding ten behoeve van de Letselschade Afdeling kunnen aanwenden. Mogelijk ook dat dan doorsijpelt dat letselschade geen spel is (die indruk wordt terdege in veel zaken door Centraal Beheer/Achmea gewekt) maar een serieuze menselijke aangelegenheid die empathie vereist.
Mijn geduld en dat van cliënte is ten einde!
Mijn credo: behandel een zaak zoals je zelf behandeld zou willen worden!
Deze zaak plaats ik op mijn weblog.
Met vriendelijke groet,
Johannes de Bruin
Directeur Letselschade Haaglanden
(niet op vrijdag aanwezig)
Heren,
Ik heb hedenmorgen circa 45 minuten rondgebeld binnen het Kantongerecht Den Haag, Sectie Familie- en Jeugdrecht in verband met een ingediend verzoekschrift ter verkrijging van een rechterlijke toestemming tot het aangaan van een overeenkomst tot schaderegeling terzake een minderjarige en werd menigmaal doorverbonden of er gewoon uitgezet, ergo, de telefoon van de afdeling werd niet opgenomen. Men wordt dan vervolgens doorgeschakeld naar de receptie van het Kantongerecht die aansluitend de subtiele intellectuele opmerking maakt: "De telefoon wordt niet opgenomen".
Mijn reactie: "Tja, zo slim ben ik ook wel, vertelt u mij wat nieuws mevrouw"!
Wat een bende daar en onvoorstelbaar dat men van elkaars bestaan niet afweet en maar doorverbindt (voor zover dat uberhaupt goed gaat in welk verband ik de beste lui een cursusje "goed doorverbinden" heb aanbevolen).
Na veel geraas en getier kreeg ik een bevoegde aan de lijn (kennelijk was de afdeling net terug van de kantine) te weten mevrouw S. die na mij 5 minuten in de wacht te hebben gezet (kennelijk was ze haar in de kantine gekochte koffiebroodje vergeten) mij mededeelde dat mijn verzoekschrift van 27 mei 2010 was ontvangen en dat HET IN DE STAPEL LAG. Er was nog niet naar gekeken dus ze kon ook niets verder zeggen.
Neem me niet kwalijk voor dit cynisch taalgebruik, maar ik word bevestigd in mijn opvatting dat de Overheid een veelkoppig zichzelf voedend en uitdijend monster is waar het van zich niet weet wat het doet, laat staan wie er verantwoordelijk is. Hier liggen toch echt kansen voor de informateur/formateur ter vorming van een nieuw Kabinet, waarbij we niet hoeven te bezuinigen op de zorg (door hogere premies in rekening te brengen bij de burger) maar simpelweg de gehele Overheid uit te kleden en opnieuw naar een zinvolle en efficiënte taakvorming om te bouwen.Geldverslindend belastinggeld (ik noem dat een pleonasme) kan dan worden aanbesteed voor zaken waar we echt wat aan hebben.
Ik heb nog gevraagd onder aanbieding van een doos Belgische bonbons of mijn verzoekschrift BOVENOP de stapel kon worden gelegd, nu dit document zich immers al in de fase van binnenin de stapel bevond. Dat was teveel kennelijk teveel gevraagd.
Ik verzeker u dat ik de spreekwoordelijke vinger aan de pols houd en volgende week maar weer eens rappelleer. Na 40 minuten verwoede belpogingen is het toch gelukt enig zicht op het geheel te krijgen; nu dient mijn hartslag aangemoedigd door een hoge bloeddruk weer naar een acceptabel niveau terug te gaan.
Groetend,
Johannes de Bruin
Directie/Raad van Bestuur Haga Ziekenhuis
Postbus Postbus 40551
2504 LN Den Haag
Den Haag, 3 mei 2010
Ons kenmerk: JB MA 2010 0302/1361PS
Geachte dames en heren,
Tot mij wendde zich mevrouw (naam), hierna te noemen cliënte, met het verzoek haar als raadsman bij te staan terzake de geleden en nog te lijden letselschade.
Bij cliënte werd op 2 maart 2010 operatief onder volledige verantwoording van de vaatchirurg Dr.(naam)en de uroloog Dr. (naam)een linker nier verwijderd.
Vanwege optredende complicaties aan de gezonde rechter nier werd cliënte aan de nierdialyse gelegd.
Eerst 6 weken later (..) werd besloten tot een nader onderzoek omdat de complicaties aanhielden. Ik citeer hierbij uit de zeer uitvoerige brief van 28 april 2010 van dr. (naam), internist/nefroloog:
“Tot ieders verrassing werden hierbij 4 operatieclips in de rechter nierarterie aangetroffen die een bijna volledige occlusie van de rechternier veroorzaakt”.
En verder:
“…theoretisch een afsluiting van 6 weken van een nier weinig kans geeft op herstel van de nierfunctie...”
In uw ziekenhuis is door diverse specialisten met afschuw gereageerd op deze enorme medische blunder en het gegeven dat in een persoonlijk gesprek met dr. (naam)spreekwoordelijk om de hete brij wordt heen gedraaid, heeft bij cliënte en haar echtgenoot tot zeer heftige emoties geleid.
Een tuchtrechtelijke procedure bij het Medisch Tuchtcollege jegens de vaatchirurg Dr. (naam)en de uroloog dr. (naam)wordt dezerzijds voorbereid. In het persoonlijk onderhoud dat ik heden met de echtgenoot had is hiervoor namens zijn vrouw toestemming verkregen.
Een mens heeft, zo veronderstel ik, twee nieren: een linker en een rechter nier. Als er één nier moet worden verwijderd mag er door menselijk handelen niets mis gaan met de andere gezonde nier. De consequenties zijn immers enorm en van een specialist mag, gezien de lengte en zwaarte van zijn medische specialistische opleiding, worden geëist dat een dergelijke blunder nooit gemaakt mag worden.
Ook mijn medisch adviseur in hoedanigheid van chirurg heeft zijn afkeer over het gebeurde uitgesproken en vraagt zich af waarom bij verwijdering van de linker nier er op de gezonde rechter nier 4 operatieclips zijn geplaatst en waarom deze niet tijdens het afronden van de operatie zijn verwijderd.
Cliënte is met spoed overgedragen aan het LUMC en wordt heden (3 mei 2010) met voorrang geopereerd, waarbij getracht wordt middels een bypass met betrekking tot de rechter nier te voorkomen dat cliënte voor de rest van haar leven meerdere malen aan de nierdialyse moet. Bekend is voorts dat dergelijke patiënten een kortere levenskans hebben en dat komt bij cliënte, die vorig jaar hertrouwd is en met haar huidige echtgenoot een binnenkort nieuw gebouwd huis zou betrekken, zeer hard aan.
Namens cliënte stel ik uw ziekenhuis op grond van artikel 7: 462 BW aansprakelijk voor de geleden en nog te lijden letselschade hoe dan ook genaamd.
Idem de specialisten Dr. (naam) en Dr.(naam) op grond van artikel 6: 74 BW en/of artikel 6: 162 BW juncto artikel 6: 107 BW.
Ik zie gaarne dat u deze aansprakelijkstelling doorzendt naar uw AVB verzekeraar. Het voorgaande behelst niet dat cliënte zowel in als buiten rechte van het recht afziet om zowel uw ziekenhuis als de voornoemde specialisten rechtstreeks in hun vermogen aan te spreken.
Vanzelfsprekend, nu blijvende schade bij cliënte te verwachten is, zal het volledig medisch dossier uit het Haga Ziekenhuis door mij worden opgevraagd, zodra ik van cliënte een ondertekende medische machtiging of haar zaakwaarnemer/echtgenoot heb ontvangen.
Alvast kondig ik u aan van de volgende specialisten hun volledig medisch dossier (via u met machtiging van cliënte) te willen ontvangen:
- Dr. uroloog
- Dr. uroloog
- Dr. internist/nefroloog
- Dr. vaatchirurg
- Dr. internist/oncoloog
Het gaat daarbij om de:
- poliklinische dossiers,
- operatiedossiers,
- dossiers van de verpleegkundige afdeling,
- histologische onderzoeken en Labuitslagen etc.,
- Röntgenfoto’s, MRI + CT scans (op CD ROM graag).
Deze informatie zal mijn medisch adviseur Dr. (naam), chirurg, bestuderen en mij hierover adviseren in verband met een mogelijke medische en juridische causaliteitsdiscussie die uw aansprakelijkheidsverzekeraar gaarne, zoals de praktijk uitwijst, voert ter afwijzing van claims. Met een civiele procedure dienen dan ook alle betrokken instanties en/of partijen rekening te houden.
Mag ik u vriendelijk verzoeken alvast genoemde specialisten aan te zetten tot het bij u aanleveren van de gewenste hierboven genoemde medische informatie? Zoals gezegd, ontvangt u spoedig de medische machtiging van mij.
Met vriendelijke groet,
Johannes de Bruin
Directeur Letselschade Haaglanden
Zie allereerst http://www.trosradar.nl/226/
Op 11 januari 2010 deed het tv programma Radar verslag over de wijze waarop sommige Letselschadekantoren hun declaratie beleid voerden. Helaas zijn er afkeurenswaardige praktijken in beeld gekomen en dat bezorgt de letselschadebranche geen goede naam.
Het is een goede zaak dat een consumentenprogramma als Radar kwade praktijken belicht maar de realiteit van de praktijk wordt toch enigszins geweld aangedaan door een aantal zich voordoende gevallen eenzijdig te belichten.
In de wet (artikel 6: 96 Burgerlijk Wetboek) staat vermeld dat als vermogensschade valt aan te merken de "kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid en schade".
In principe zijn de kosten van rechtsbijstand aan te merken als kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid.
Maar dan zijn we er nog niet.
De kosten van rechtsbijstand moeten in elk geval door de aansprakelijke verzekeraar als schade erkend worden en daar wringt zich spreekwoordelijk de schoen.
Vele letselschadekantoren, zo is gebleken uit de vele contacten in de achterliggende jaren, hebben voor honderdduizenden euro's aan niet door verzekeraars betaalde declaraties openstaan.
Er worden door verzekeraars een scala aan verweren opgevoerd om de kosten van rechtsbijstand niet of niet volledig te vergoeden. Veelal met als doel de schadelast van de verzekeraar zo veel als mogelijk te beperken.
De constante opvatting van de heer Smit van Buro Slachtofferhulp dat de kosten van rechtsbijstand door de verzekeraar worden vergoed door de aansprakelijke verzekeraar is een utopie. Ik nodig de heer Smit dan ook uit met een gedegen extern onderzoek te komen waaruit naar verwachting naar voren komt dat de praktijk toch echt anders is.
De belangenbehartiger in letselschadezaken staat hierbij voor een dilemma. Niet betaalde declaraties door verzekeraars niet tot betaling voor te leggen aan zijn cliënt brengt zijn bedrijfsvoering ernstig in financiële moeilijkheden.
Een mogelijkheid is dat de belangenbehartiger zijn bijstand aan het slachtoffer staakt omdat er niet meer betaald wordt voor zijn diensten. Geen gewenste ontwikkeling, maar wel helaas praktijk.
Het lijkt wel op voorhand een oplossing dat de cliënt de niet betaalde declaraties aan de belangenbehartiger betaalt uit zijn schadevergoeding. Maar wat als de schadevergoeding lager uitvalt en er nog een flink bedrag aan de belangenbehartiger moet worden betaald? Wat als na verloop van tijd de verzekeraar de schadeclaim afwijst maar de advocaat toch graag zijn gemaakte uren vergoed wenst te zien van de cliënt?
De advocatuur mag niet op basis van no cure no pay werken dus moet wel zijn niet betaalde declaraties aan zijn cliënt ter betaling voorleggen. Zoals gemeld kan dit tot zeer teleurstellende afloop van de zaak leiden.
Letselschadebureaus mogen naast verrekening van openstaande declaraties met hun cliënten wel op basis van no cure no pay werken, maar sommigen schieten daar te ver in door. Dat laat Radar dan ook terecht zien.
Het voordeel van no cure no pay is dat cliënten weten waar ze aan toe zijn. Geen resultaat, geen kosten. Wel resultaat, dan staan ze een vooraf overeengekomen percentage van hun schadevergoeding af aan de belangenbehartiger.
Juist in dit overeen te komen percentage van de schadevergoeding ontstaan scheve verhoudingen als het gaat om hoge percentages over een hoge schadevergoeding. Amerikaanse toestanden lijken dan in beeld te komen.
De oplossing ligt voor de hand. Kom een bescheiden percentage over de verhaalde schadevergoeding met de cliënt overeen (onder de noemer "eigen bijdrage")en laat dat percentage zonodig afhangen van het resultaat op grond van redelijkheid en billijkheid.
Jan de Bruin
Letselschade Haaglanden
Maandagavond 2 november 2009 heb ik met toenemende afschuw gekeken naar de uitzending van Radar over letselschade en de Gedragscode Letselschade.
Mevrouw Hertzenberg van Radar haalt twee slachtoffers in beeld, we krijgen een eenzijdig verhaal te horen. Voort interviewt zij de directeur van het Verbond van Verzekeraars en stelt vragen vanaf haar papiertje zonder door te vragen. Ergens in het publiek zit een medewerker van de Ombudsman Schade en een Tweede Kamer parlementslid die ad hoc even een vraag mogen beantwoorden. De directeur van het Verbond van Verzekeraars zit zichtbaar te liegen. Ik had deze man graag het vuur aan de schenen gelegd. Gevraagd had kunnen worden waarom verzekeringsmaatschappijen zoals Medirisk, CentraMed, VVAA, NoordHollandsche van 1816, ZLM, Fortis Coorporate Insurance een keihard en onmenselijk slachtofferbeleid voeren bij letselschade en hun daaraan gelieerde expertisebureau's zoals Buro Van Dijk, Assuraad en GRM Expertises om er maar een paar te noemen.
OP internet en op deze website (bij downloads) zijn twee uitvoerige rapporten gepubliceerd door de Ombudsman (Letselschade: onderhandelen met het mes op tafel + Overleven in de medische letselschadepraktijk). Hierin is door middel van grootschalig onderzoek aangetoond dat een aantal verzekeraars en hun letselschadeburo's zich schandalig gedragen en opstellen. Met name de medisch adviseurs van die maatschappijen krijgen er behoorlijk van langs (en wat mij betreft wordt het hoog tijd dat het Regionaal Medisch Tuchtcollege deze medische maffiabende haar dokterstitel ontneemt!).
Mevrouw Hertzenberg krijgt na de DSB affaire kennelijk sterallures. Nu meent zij ook in vijf minuten een ingewikkeld vraagstuk dat de letselschade nu eenmaal is even aan de orde te stellen, zonder enige goede voorkennis en/of voorbereiding.
Alsof dat niet genoeg is komt ook weer eens in beeld dominee Smit, voormalig gefrustreerd predikant, in hoedanigheid van directeur Slachtofferhulp Nederland, gefinancierd door de belastingbetaler en hij meent inmiddels een expert op het terrein van de letselschadepraktijk te zijn alhoewel, mede gezien zijn achtergrond, hij nog nooit 1 ingewikkelde letselschadezaak heeft behandeld en afgewikkeld.
De wereldpolitieke verhoudingen zijn niet in 5 minuten met flitsende tv beelden uit te leggen. Evenmin de letselschaderegeling. Ik heb dan ook met walging naar Radar jongstleden maandag gekeken. Men moest eens weten hoeveel belangrijke spelers zich bewegen in de letselschaderegeling en hoe belangrijk het is om achter de schermen met de verzekeraar een schikking te treffen waarbij soms op het scherp van de snede wordt onderhandeld. Het gejank van mevrouw Hertzenberg en de belerende prediker de heer Smit hebben we daarbij niet nodig, integendeel, schoenmaker houd je bij je leest!
Tot slot een opmerking over de twee slachtoffers die in beeld kwamen: hadden zij wel een deskundige belangenbehartiger?
Johannes de Bruin
Directeur Letselschade Haaglanden
4 november 2009
