
Medirisk
Postbus 8409
3503 RK Utrecht
Den Haag, 21 juli 2010
Ons kenmerk: JBMA 2010 0302/1361PS
Uw kenmerk: IWE-2010-900480
Geachte mevrouw,
Ik refereer aan uw brief van 17 mei 2010.
Ik vraag namens cliënte de medische informatie op en zal die steeds onder gesloten (!) couvert aan u ter attentie van uw medisch adviseur toezenden.
Door toezending van de medische gegevens wordt aan uw medisch adviseur toestemming gegeven haar medisch dossier in te zien en daarbij aan de desbetreffende dossierbehandelaar een advies uit te brengen.
Door cliënte wordt geen machtiging tot inzage in haar medisch gegevens aan de dossierbehandelaars van Medirisk/VVAA verstrekt. Hiermede wordt voorkomen – zoals helaas de alledaagse praktijk met Medirisk/VVAA uitwijst – dat niet academisch medisch opgeleide personen quasi medische epistels (onder vermelding van medisch Latijnse medische terminologie) gaan schrijven en spreekwoordelijk uit de bocht vliegen.
Ik refereer nog aan een recente gebeurtenis – zoals hiervoor omschreven – waarbij mijn medisch adviseur mij mededeelde dat als dit (een zogenaamd medisch epistel van een dossierbehandelaar van Medirisk/VVAA) gedragen wordt door een medicus, hij eigenhandig zijn doctorsbul zou inleveren.
Voorts is van algemene bekendheid dat de dossierbehandelaars van Medirisk/VVAA welgevallige delen uit een schriftelijk advies van hun medisch adviseur plakken en knippen en hierover extern gaan corresponderen en stelling nemen.
Een zeer ongewenste ontwikkeling derhalve in medische kwesties waar aansprakelijkheid zich niet altijd direct aandient (daarvoor is soms nader onderzoek nodig) en het beslist niet nodig is dat “niet deskundigen” zich in het traject van medische causaliteit en toerekening een extra ruis daarbij inbrengen.
De lijn die ik volg moge duidelijk zijn: U verkrijgt steeds de schriftelijke adviezen van mijn medisch adviseur (diens kosten zijn aan te merken als vallend onder artikel 6: 96 Burgerlijk Wetboek) en zijn richtinggevend in de beoordeling van het medisch causaal verband.
Op die adviezen kan door de medisch adviseur (!) van Medirisk/VVAA worden gereageerd, eveneens schriftelijk, die ik dan zal doorzenden aan mijn medisch adviseur. Daarbij kan op enig moment een aanleiding zijn dat beide medisch adviseurs met elkaar overleggen of over een terzake doend onderdeel discussie voeren.
Wat hiermede wordt bereikt dient een zuiver doel: transparantie in de zaak en geen wegduik- of vertraagtactieken.
De geschiedenis laat zien dat Medirisk/VVAA in geen enkel dossier de redelijke kosten van rechtsbijstand vergoedt. Hoewel wij steeds een declaratie voorzien van een verrichtingenlijst, waaruit blijkt wanneer en voor welke tijd en voor welke handeling tijd wordt genoteerd, wordt deze met standaard abstracte termen door Medirisk/VVAA beantwoord en afgewezen.
Mede gelet op de sinds 1 juli 2010 in werking getreden Wet Deelgeschillen Letsel- en Overlijdensschade, zal met niet of gedeeltelijke betaling van ingediende declaratie tot dagvaarding worden overgegaan, indien er uwerzijds geen inhoudelijk commentaar op de betreffende declaratie is.
Een dergelijke handeling geldt vanzelfsprekend over andere terzake doende onderwerpen.
Positief daarbij is dat de kosten verbonden aan deze nieuwe rechtsgang niet meer vallen onder de artikelen 56 + 57 Wetboek burgerlijke Rechtsvordering, maar rechtstreeks onder artikel 6: 96 Burgerlijk Wetboek ressorteren.
Voorts kondig ik, mede gelet op de vigerende praktijk aan, dat wanneer u tot inschakeling van een extern schaderegelingskantoor overgaat, in de afwikkelingsgesprekken tevens (en op voorhand) de post buitengerechtelijke kosten ter sprake komen, nu deze onderdeel uitmaken van de schade van cliënte. Is er geen akkoord over de schadepost buitengerechtelijke kosten dan is er geen akkoord over de verdere schade van cliënte en heeft verder onderhandelen geen zin meer.
U kunt uw medisch adviseur mededelen dat ik gelet op de recente e-mails van cliënte de daarin genoemde specialisten zal benaderen met het verzoek om (aanvullende) medische informatie en die zal ik met commentaar van mijn medisch adviseur wederom aan u ter attentie van uw medisch adviseur onder gesloten couvert toekomen.
In het mondeling vooroverleg dat ik met mijn medisch adviseur had gaf deze onder voorbehoud van inzage in het medisch dossier en afgaande op mijn informatie aan dat aansprakelijkheid zich in deze trieste kwestie aandient. Ziet u zonodig nog eens mijn aansprakelijkstelling van 3 mei 2010. Overigens is het gevraagde voorschot nog niet gehonoreerd.
Uw beterschapwens gedaan bij brief van 17 mei 2010 zal ik aan cliënte overbrengen.
Ik zie uw berichten met belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet,
Johannes de Bruin
Directeur Letselschade Haaglanden
(Niet aanwezig op vrijdag)
Medische keuringen op verzoek van verzekeraars dienen als uitmuntend sluitstuk voordat de afwikkeling van een letselschadezaak plaats heeft.
De importantie van medische keuringen is dan ook enorm (!) en als het daar mis gaat, kan de schadeclaim als sneeuw voor de zon verdwijnen.
Helaas is de praktijk in Nederland zo dat er partijdige specialisten zijn die keuringen verrichten en graag worden benaderd door verzekeraars. Overigens zeer lucratief omdat de specialist voor een dergelijke keuring (bestudeert het medisch dossier en houdt gedurende 45 minuten een interview met de cliënt waarna een rapport volgt) een standaard bedrag of hoger declareert van EUR 1.500,00 tot EUR 2.0000. Een paar keuringen per maand levert een welkome aanvulling op het salaris van de specialist.
Wat het geheel nog minder vrolijk maakt is de ondeskundigheid van rechters op dit terrein. Zodra de verzekeraar een "haar welgevallige specialist" voor een medische keuring voordraagt en het slachtoffer daar niet mee eens is, volgt weldra een Voorlopig Deskundigenbericht opgestart door de verzekeraar die de rechter verzoekt toch voor die ene specialist die het onderzoek moet doen te kiezen.
Rechters, zo blijkt uit de praktijk, snappen niets van deze discussie en wijzen bijna altijd het verzoek van verzekeraar toe. Een arts is toch een arts? Merkwaardig is dat doorgaans zowel verzekeraar als slachtoffer zich laat bijstaan door een deskundig medisch adviseur maar de rechter dit nalaat. Zo kan dus, dat is mijn ervaring, een faillissementsrechter, vanuit zijn algehele wijsheid zonder medische bijstand oordelen over een letselschadezaak. Ik gruwel daarvan.
Mijn advies: neem zelf het voortouw in handen en laat het slachtoffer zelf een specialist zo snel mogelijk benoemen voordat de verzekeraar dit initiatief via de rechter overneemt. Dat laatste betekent einde van de schadezaak.
Zie ook nog de website: www.zwartelijstartsen.nl
Johannes de Bruin
Letselschade Haaglanden
Burgermeerster en Wethouders Rijswijk
Postbus 5305
2280 HH Rijswijk
College B&W
Den Haag, 6 juli 2010
Ons kenmerk: JB RB 080206/1159PS
Uw kenmerk : 08.024058
Geachte dames en heren,
Zowel de Gemeente Rijswijk als de voetbalvereniging Haaglandia zullen thans worden gedagvaard voor het ongeval inzake cliënte K.
Rest mij nog op te merken dat uw aansprakelijkheidsverzekeraar Centraal Beheer/Achmea (dossier C60186-Z572290, behandelaar mw. Stiemer-Komijn) niet alleen een opzettelijk (!) gebrek aan vereiste kennis van het aansprakelijkheidsrecht toont, maar voorts niet eens meer het fatsoen heeft om te reageren op een brief van 5 maart 2010 waarbij haar een uitgebreid procesadvies werd toegezonden.
Niettegenstaande de miljoenen die Centraal Beheer/Achmea aan (soms storende) tv reclames uitgeeft, zou men wellicht een deel van dit budget aan scholing en opleiding ten behoeve van de Letselschade Afdeling kunnen aanwenden. Mogelijk ook dat dan doorsijpelt dat letselschade geen spel is (die indruk wordt terdege in veel zaken door Centraal Beheer/Achmea gewekt) maar een serieuze menselijke aangelegenheid die empathie vereist.
Mijn geduld en dat van cliënte is ten einde!
Mijn credo: behandel een zaak zoals je zelf behandeld zou willen worden!
Deze zaak plaats ik op mijn weblog.
Met vriendelijke groet,
Johannes de Bruin
Directeur Letselschade Haaglanden
(niet op vrijdag aanwezig)
Van Ameijde Interschade
Postbus 3038
2280 GA Rijswijk
T.a.v. de heer W.O. Erdle
Den Haag, 17 juni 2010
Ons kenmerk: JB RB 200521/1132PS
Uw kenmerk: PSB14017368-35971
Geachte heer Erdle,
Ik vroeg u vorige week om een spoedige reactie en wel per dezelfde dag op mijn e-mail van 7 juni 2010. Ik behoefde slechts de gegevens van uw opdrachtgever en de bestuurder van de auto in het kader van een in te stellen kort geding. Nota bene eerst per bericht op 16 juni 2010 komt u met de gevraagde gegevens.
Mijn cliënt die in verband mijn zijn arbeidsongeschiktheid dient rond te komen van een WAO-uitkering van circa E 800,00 per maand (en met mijn medisch adviseur en met mij deze situatie volledig toerekent aan het ongeval van 21 mei 2000) heeft, gezien uw brief van 16 juni 2010, teneinde raad, besloten de nodige stappen in rechte in gang te zetten. Met Thomas van Dijk Advocaten met welk kantoor een samenwerkingsverband bestaat, is hedenochtend een bespreking gevoerd en het dossier is aldaar achtergelaten met het oog op een in te stellen civiele procedure tegen uw opdrachtgever Euro Insurances, als verzekeraar van Lease Plan.
Ik dien mij in het belang van een zorgvuldige procesvoering van inhoudelijk commentaar op uw brief van 16 juni 2010 te onthouden. Wel kondig ik u aan dat tegen uw medisch adviseur Corthals een klacht bij het Medisch Tuchtcollege zal worden ingediend voor de wijze waarop hij tracht op valse en oneigenlijke gronden (lees het rapport van mijn medisch adviseur van 8 juni 2010) een medische discussie in gang te zetten, en dat na 9 jaar (!) terzake het ongeval van 21 mei 2000 niets van zich te hebben laten horen. Duidelijk is voorts dat uw medisch adviseur in de eerste plaats belangenbehartiger van uw opdrachtgever is en pas in de laatste plaats arts en daarover heeft het Medisch Tuchtcollege zich zeer streng en afkeurend uitgelaten.
Voorts dat wij, gezien de wijze waarop deze zaak onmenselijk en op volstrekt oneigenlijke gronden (mijn beoordelingsvermogen in letselschadezaken is slechts gebaseerd op 33 jaar ervaring) door Van Ameyde Interschade ten gronde wordt gericht, (cliënt kan straks zijn hypotheek niet meer betalen en uit huiszetting volgt dan) geen zaken meer met u wensen te doen, derhalve ons rechtstreeks zullen verstaan met uw opdrachtgever.
Ik zal maar niet ingaan op berichten die mij bereiken dat tal van verzekeraars de letselschadezaken bij Van Ameyde Interschade inmiddels hebben weggehaald en uw letselschadebuitendienst niet of nauwelijks meer bestaat.
U meldt in uw brief het standpunt van uw opdrachtgever Euro Insurances. Voor zover goed ingelicht, beschikt deze verzekeringsmaatschappij van Lease Plan niet over specialistische kennis aangaande letselschadezaken om reden dat men u inschakelde. Ik kan dan ook niet anders concluderen dat u zich oneigenlijk verschuilt achter uw opdrachtgever en dat het niet meer willen bevoorschotten is ingegeven door een medisch onverlaat die u na 9 jaar terzake een zeer ernstig verkeersongeval met blijvend hersenletsel vanachter zijn buro zijn schriftelijke visie geeft en waarachter u zich persoonlijk weer verschuilt.
Zie de onafhankelijke neurologische- en neuropsychologische expertises van het NOC in 2004 en het Observatierapport in 2004 van het revalidatiecentrum van Hoensbroeck waar cliënt 1 week dag en nacht door diverse medische specialisten werd geobserveerd en getest. Ernstige cognitieve beperkingen, objectief vastgesteld zijn een direct gevolg van het ongeval van 21 mei 2000.
U kunt uw opdrachtgever heden berichten dat men een advocatenkantoor dient te benaderen gezien de aankomende handelingen in rechte.
Nu u instemde met de inschakeling van een arbeidsdeskundige om het verlies van verdienvermogen inclusief loopbaanontwikkeling van cliënt te vervaardigen, en zich akkoord verklaarde met de inhoud van dit rapport volgt aanstonds een actuariële berekening door het Nederlands Rekencentrum Letselschade.
Ik breng nog in herinnering dat de reden van mijn inschakeling was dat u bij een voorgaande belangenbehartiger twee jaar geleden een aanbod deed tot een slotbetaling van Eur 88.000,00 en dat terecht door cliënt werd verworpen. Daarna heb ik de schaderegeling ter hand genomen en het huiswerk van 3 belangenbehartigers goed overgedaan (en daarvoor zelfs complimenten ontving van uw voorganger!). De in de tussenliggende tijd gedane voorschotten benaderen niet het aanbod tot een slotuitkering van EUR 88.000,00 en ook dat mag u in rechte uitleggen.
Na 10 jaar leeft cliënt nog steeds in onzekerheid, sterker nog, u brengt hem aan de bedelstaf en dat aangaande een persoon die op zeer jeugdige leeftijd een schitterende 4 jaar durende HTS Vliegtuigbouw opleiding op kosten van de Koninklijke Marine begon en noodlottig werd getroffen door een verkeersongeval. Het zal u en zeker uw medisch adviseur spreekwoordelijk een worst zijn dat we er nog eens jaren tegenaan gaan en of cliënt, zijn echtgenote en inmiddels een kindje van enkele maand oud dat gaan redden.
Dat uw onverkwikkelijke wijze van schade regelen publicitaire aandacht gaat krijgen (te beginnen op onze website die jaarlijks 150.000 bezoekers heeft) is een eerste aanzet.
U en uw medisch adviseur moesten zich schamen!
Hoogachtend,
Johannes de Bruin
Directeur Letselschade Haaglanden
Heren,
Ik heb hedenmorgen circa 45 minuten rondgebeld binnen het Kantongerecht Den Haag, Sectie Familie- en Jeugdrecht in verband met een ingediend verzoekschrift ter verkrijging van een rechterlijke toestemming tot het aangaan van een overeenkomst tot schaderegeling terzake een minderjarige en werd menigmaal doorverbonden of er gewoon uitgezet, ergo, de telefoon van de afdeling werd niet opgenomen. Men wordt dan vervolgens doorgeschakeld naar de receptie van het Kantongerecht die aansluitend de subtiele intellectuele opmerking maakt: "De telefoon wordt niet opgenomen".
Mijn reactie: "Tja, zo slim ben ik ook wel, vertelt u mij wat nieuws mevrouw"!
Wat een bende daar en onvoorstelbaar dat men van elkaars bestaan niet afweet en maar doorverbindt (voor zover dat uberhaupt goed gaat in welk verband ik de beste lui een cursusje "goed doorverbinden" heb aanbevolen).
Na veel geraas en getier kreeg ik een bevoegde aan de lijn (kennelijk was de afdeling net terug van de kantine) te weten mevrouw S. die na mij 5 minuten in de wacht te hebben gezet (kennelijk was ze haar in de kantine gekochte koffiebroodje vergeten) mij mededeelde dat mijn verzoekschrift van 27 mei 2010 was ontvangen en dat HET IN DE STAPEL LAG. Er was nog niet naar gekeken dus ze kon ook niets verder zeggen.
Neem me niet kwalijk voor dit cynisch taalgebruik, maar ik word bevestigd in mijn opvatting dat de Overheid een veelkoppig zichzelf voedend en uitdijend monster is waar het van zich niet weet wat het doet, laat staan wie er verantwoordelijk is. Hier liggen toch echt kansen voor de informateur/formateur ter vorming van een nieuw Kabinet, waarbij we niet hoeven te bezuinigen op de zorg (door hogere premies in rekening te brengen bij de burger) maar simpelweg de gehele Overheid uit te kleden en opnieuw naar een zinvolle en efficiënte taakvorming om te bouwen.Geldverslindend belastinggeld (ik noem dat een pleonasme) kan dan worden aanbesteed voor zaken waar we echt wat aan hebben.
Ik heb nog gevraagd onder aanbieding van een doos Belgische bonbons of mijn verzoekschrift BOVENOP de stapel kon worden gelegd, nu dit document zich immers al in de fase van binnenin de stapel bevond. Dat was teveel kennelijk teveel gevraagd.
Ik verzeker u dat ik de spreekwoordelijke vinger aan de pols houd en volgende week maar weer eens rappelleer. Na 40 minuten verwoede belpogingen is het toch gelukt enig zicht op het geheel te krijgen; nu dient mijn hartslag aangemoedigd door een hoge bloeddruk weer naar een acceptabel niveau terug te gaan.
Groetend,
Johannes de Bruin
